Groenestroomcertificaten - hoe zit het nu weer juist in elkaar?

waterkracht
Hoe komen we aan onze prijzen voor de groenestroom- en warmtekrachtcertificaten? Hoe werkt het systeem, en wat doen wij voor onze klanten binnen dit kader?

Laat ons beginnen bij het begin. Wat houden de certificaten in en waartoe dienen ze? Een producent van groene energie moet een aanzienlijke investering doen, bijvoorbeeld om windmolens of biomassacentrales te bouwen. Europa nam in zijn 20-20-20 doelstellingen op dat het aandeel van hernieuwbare energie tegen 2020 gemiddeld 20% moet bedragen. Vandaar dat iedereen mee moet betalen om de investering in groene stroom rendabel te maken. Een energieleverancier heeft drie mogelijkheden: zelf investeren in hernieuwbare energie, één certificaat per MWh elektriciteit aankopen of een vaste boete betalen. De prijs per certificaat staat niet vast, maar is onderhevig aan de marktlogica van vraag en aanbod. Op het moment dat het aanbod hoog is en de prijs per certificaat (te) laag, dienen de bandingcoëfficiënt  of ‘Btot’ en het quotum om aan de producent toch een minimale prijs te kunnen garanderen. Het quotum geeft een vaste hoeveelheid groenestroomcertificaten aan die de leverancier bij de VREG moet indienen. De bandingcoëfficiënt is de verhouding tussen het aantal toegekende groenestroomcertificaten en de totale bruto productie van groene stroom in het Vlaams Gewest.

Het Vlaams EnergieBedrijf houdt maandelijks een minicompetitie tussen vijf aanbieders van groenestroom- en warmtekrachtcertificaten. Hoe gaat dit in zijn werk? Vóór de start van onze leveringsactiviteit hebben we naar alle aanbieders een bestek opgestuurd met onze werkwijze. Vijf aanbieders gingen hierop in. Maandelijks geven we hen door hoeveel certificaten we nodig hebben. Zij sturen ons vervolgens het aantal certificaten dat ze aanbieden per perceel waarop ze intekenden (warmtekrachtcertificaten, groenestroomcertificaten Vlaanderen, certificats verts Wallonië en Brussel), en de prijs per type certificaat. Ook staat het hen vrij die maand niet aan te bieden. Wij leggen dan de prijzen naast elkaar, en kopen aan de laagste prijs aan. Als het aantal certificaten aan die prijs niet voldoende is, gunnen we het resterende aantal aan de kandidaat met de tweede laagste prijs en zo verder. In het geval van gelijke prijzen gunnen we proportioneel.

Als u klant bent van het Vlaams EnergieBedrijf, begrijpt u nu misschien beter de berekening die u maandelijks terugvindt op het klantenportaal. De uiteindelijke prijs op de factuur is dus het product van de eenheidsprijs, het quotum en de eerder genoemde bandingcoëfficiënt. In de eenheidsprijs zit de verrekening van eventuele overschotten verwerkt.

Het quotum en de Btot verschillen van jaar tot jaar en daarom kan u de uiteindelijke prijs niet zomaar naast die van vorig jaar leggen ter vergelijking. Bij het Vlaams EnergieBedrijf betaalt u geen extra kosten voor de certificaten, we rekenen enkel de kosten een op een door. 

Op de website van VREG vindt u een overzicht van de gemiddelde prijzen per maand. Kijk zeker ook eens naar hun uitleg over GSC’s.