Veelgestelde vragen klimaatplan zorg

  • Binnen welke termijn moeten de maatregelen met een terugverdientijd van minder dan 5 jaar uitgevoerd worden?
    De implementatie van de maatregelen moet binnen een termijn van 3 jaar na het resultaat van de potentieelscan gestart worden. Wanneer het plaatsbezoek wordt voorbereid kan u uw specifieke situatie verder toelichten zodat hier rekening mee kan worden gehouden bij de voorstelling van de maatregelen (zoals bijvoorbeeld sloopplannen). De potentieelscan wordt verder ontwikkeld in functie van een Energie-efficiëntie actieplan. Dit is een samenvatting voor zowel uw voorziening als gelijkaardige voorzieningen om bv. potentieel voor samenaankoop te onderzoeken. Er zal er een feedbackmoment worden georganiseerd tussen de energiedeskundige en de voorzieningen om dit actieplan verder te verfijnen en een aanzet tot verdere gezamenlijke acties. Op basis van uw feedback wordt het actieplan verder aangepast tot het alle noden dekt. Zolang het actieplan stapsgewijs wordt uitgevoerd, zal de kost voor de diagnose niet worden teruggevorderd. Mits de nodige motivatie is er ook altijd een bijsturing mogelijk, het betreft dan ook een dynamisch investeringsplan.
  • Moeten we voor de terugbetaling door VIPA alle maatregelen onder de 5 jaar terugverdientijd uitvoeren? Wat als daar heel veel maatregelen uitkomen en we die investering niet aankunnen?
    Er is inderdaad een vereiste opdat de energieprestatiediagnose gratis is, namelijk het uitvoeren van maatregelen met een terugverdientijd van minder dan 5 jaar. Maar het is de bedoeling van VIPA dat de energieprestatiediagnose aanzet tot acties die haalbaar zijn voor de voorziening. Gemiddeld gezien resulteren er slechts 2 tot 3 maatregelen met korte terugverdientijd uit een scan en de gezamenlijke kostprijs hiervoor is gemiddeld 3.500 euro. Hierbij is het ook belangrijk om te onthouden dat zodra deze kortetermijnmaatregelen terugverdiend zijn, de resulterende energiebesparing pure winst is voor u. Voor sommige maatregelen is dit reeds na 1 jaar, sommige na 2 jaar, enzovoort. Daarnaast hoeft u deze maatregelen niet onmiddellijk uit te voeren, u krijgt namelijk 3 jaar de tijd om deze snel terugverdiende maatregelen te implementeren.  Deze maatregelen zijn typisch regeltechnische optimalisaties binnen HVAC en het vervangen van de minst efficiënte verlichting (type: gloeilampen/spaarlampen).
     
    Tenslotte is er ook de belofte van VIPA dat wanneer het onmogelijk is om bij een bank het nodige krediet te verkrijgen om alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd minder dan 5 jaar te implementeren, u niet verplicht bent al deze maatregelen uit te laten voeren opdat de diagnose gratis is. Maar tot hiertoe is dit nog nooit voorgekomen en verwachten we ook niet dat dit zal gebeuren, net omdat het om relatief goedkope investeringskosten gaat en gemakkelijke maatregelen en het feit dat u 3 jaar de tijd krijgt.
  • Wat als er uit de energieprestatiediagnose enkel maatregelen komen met een langere terugverdientijd dan 5 jaar? Wordt de scan dan ook terugbetaald?
    Ja, de energieprestatiediagnose wordt bekostigd vanaf de aanzet tot actie. In eerste instantie gaat dat over de maatregelen die zich terugbetalen onder de 5 jaar. Indien deze niet van toepassing zouden zijn door recente renovaties of het feit dat het om een performante nieuwbouw gaat, dan zal het VIPA aanmoedigen om investeringen aan te gaan met een langere terugverdientijd aan de hand van middelen die ter beschikking gesteld worden door VIPA. 
  • Kan u een inschatting geven van de kost van een energieprestatiediagnose voor als we die kost zelf moeten dragen?
    De kans dat u de kost zelf moet dragen is zeer gering. U bent enkel verplicht de maatregelen uit te voeren met een terugverdientijd onder de 5 jaar. In de meeste gevallen gaat dit over het beter afstellen van uw gebouwbeheersysteem, waardoor bijvoorbeeld lichten en verwarming niet onnodig aan staan. Dat kost u dus enkel werkuren, geen investeringskost.
     
    Uw winsten door de energiebesparing zijn zoveel maal groter dan de investeringskost. Een terugverdientijd onder de 5 jaar wilt zeggen dat u de investeringskost binnen de 5 jaar terug hebt door de gerealiseerde energiebesparing. Bij verschillende maatregelen zal dat dus nog vroeger liggen, binnen de paar jaar. De jaren erna maakt u uiteraard winst. Bovendien draagt u door actie te ondernemen bij tot het verminderen van de CO2-uitstoot. We zijn ervan overtuigd dat u als zorginstelling graag zorg draagt voor een gezond klimaat voor deze en toekomstige generaties.
     
    Moest u echt niet in staat zijn de maatregelen met korte terugverdientijd uit te voeren, weet dan dat de kost van een energieprestatiediagnose afhangt van verschillende factoren: de grootte en complexiteit van uw gebouw, het aantal technische installaties enzovoort. Aangezien het zorgpatrimonium héél divers is, van een klein kinderdagverblijf tot een groot ziekenhuis, kunnen we hier dus moeilijk een prijskaartje aanhangen.
  • Welk type gebouwen komen in aanmerking voor een energieprestatiediagnose op maat?
    Elke voorziening die over een erkenning of vergunning in de zorg beschikt kan voor zijn zorginfrastructuur een energieprestatiediagnose op maat aanvragen wanneer deze nog minstens 5 jaar na het uitvoeren van de diagnose in gebruik zal blijven. Indien de zorg plaatsvindt in een privéwoning komt deze woning niet in aanmerking voor de diagnose. De groepen van assistentiewoningen komen enkel in aanmerking wanneer ze erkend zijn.
  • Hoe zal de monitoring en benchmarking gebeuren? Moeten we hiervoor handmatig data aanleveren?
    Door de recente aanpassing van het energiedecreet worden alle verbruiksdata van gezondheids- en welzijnsinstellingen (weldra) automatisch doorgegeven aan de distributienetbeheerders. Via deze weg kan het VEB deze gegevens inladen in TERRA, een online database. Dit laat gedetailleerde monitoring toe. 
  • Wat is de EPN-methode?
    EPN staat voor EnergiePrestatie voor Niet-residentiële gebouwen. Klik hier voor meer informatie. Hier vindt u ook een voorbeeld van een groep van assistentiewoningen.
  • Hoe wordt duurzaamheid gedefinieerd? Bekijken jullie dit vanuit het 'people, planet, profit'-model?

    Ja. We kijken niet enkel naar het hoofdstuk energie maar snijden ook andere thema’s aan in de duurzaamheidsmeter zorg:

    • Beheer
    • Mobiliteit
    • Natuurontwikkeling
    • Fysieke omgeving
    • Socio-cultureel
    • Materiaalgebruik
    • Energie
    • Water
    • Welzijn, comfort en gezondheid

     

  • Worden warmtekrachtkoppeling (WKK) en warmtepompen ook als hernieuwbare energie beschouwd?
    Er is een verschil tussen alternatieve energieopwekking en 100 % hernieuwbare energie uit zon, wind of water. Een warmtekrachtkoppeling is een brandstofbesparende manier om tegelijkertijd warmte en elektriciteit op te wekken in één proces. Hierdoor wordt weliswaar minder energie verbruikt dan wanneer warmte en elektriciteit apart worden opgewekt, maar dit is daarom nog geen hernieuwbare energie. Een warmtepomp haalt warmte uit de natuur en is daarom een energiezuinige manier van verwarmen maar verbruikt nog steeds elektriciteit, daarom is ook een warmtepomp geen voorbeeld van 100 % hernieuwbare energie.
  • Wie betaalt de energiedeskundige na zijn plaatsbezoek? Moeten we als voorziening de energieprestatiediagnose prefinancieren?
    U prefinanciert als voorziening niets: u vult enkel het bestelformulier in bij het Vlaams EnergieBedrijf. De financiering wordt door het VIPA met het VEB geregeld.
  • Wat houdt de rol van de klimaatverantwoordelijke in?
    De klimaatverantwoordelijke wordt het eerste aanspreekpunt voor alles wat te maken heeft met klimaatbeleid en het klimaatvisieplan. Welke tijdsbesteding dit vergt is te vroeg om te zeggen. Wel zal deze rol groter zijn voor een grotere voorziening.
  • Wat betekent bijna-energieneutraal (BEN) voor een voorziening?
    Bijna-energieneutraal is kostenoptimaal volgens de EPN-methode. EPN staat voor EnergiePrestatie voor Niet-residentiële gebouwen. We engageren ons vanuit de sector om de eisen voor 2021 per functie al vanaf 2018 aan te houden.
  • Vanaf wanneer gaat de 2,09% besparing in?
    We starten vanaf 2017 aangezien de engagementsverklaring werd ondertekend in januari 2017. 
  • Wat is de rol van de koepelverenigingen in het klimaatengagement zorg?
    Zij hakken mee knopen door in de concrete uitvoering van het klimaatengagement. Ze zorgen ervoor dat alle informatie verspreid wordt bij hun leden.
  • Wat is het referentiejaar voor de energiebesparing?
    We nemen 2016 als referentiejaar.
  • Welke voorzieningen vallen onder het klimaatengagement voor welzijn, volksgezondheid en gezin?
    Elke voorziening die onder de Vlaamse gemeenschap valt en actief is binnen de sector welzijn, volksgezondheid en gezin.
  • Is de 2,09% besparing eenmalig of cumulatief?
    We engageren ons om jaarlijks 2,09% te besparen. De besparing is dus cumulatief.
  • Hoe gaan jullie het maximaal inzetten op hernieuwbare energie en groene stroom afdwingen?
    Dat is te vroeg om te zeggen. VIPA neemt dit mee bij de uitwerking van toekomstige regelgeving als mogelijke hefboom bij infrastructuursubsidies. In de energieprestatiediagnose op maat worden alvast de verschillende mogelijkheden onderzocht waarmee een voorziening kan inzetten op hernieuwbare energie.
  • Hoe worden de middelen verdeeld over zo'n diverse groep als de zorg- en welzijnssector?
    Er wordt in totaal 23 miljoen euro vrijgemaakt tot 2019 vanuit het klimaatfonds voor de verduurzaming van de infrastructuur in de zorg- en welzijnssector. Er is op dit moment nog niet in detail vastgelegd hoe deze middelen verdeeld zullen worden over de verschillende acties en maatregelen. We willen in eerste instantie aan elke voorziening de kans geven om kosteloos een energieprestatiediagnose op maat te laten uitvoeren voor hun patrimonium.
  • Moeten de voorzieningen zelf hernieuwbare energie produceren op hun sites?
    Dit is geen verplichting maar uiteraard mag dat wel. Inzetten op hernieuwbare energie kan zeer eenvoudig starten door 100 % groene elektriciteit aan te kopen. Daarnaast vormt de energieprestatiediagnose een goede basis om verder te onderzoeken hoe er ook op de site zelf hernieuwbare energie kan geproduceerd worden.
  • Worden de projecten gerangschikt volgens potentieel voor het klimaat?
    In een eerste fase werden projecten geselecteerd volgens hun potentieel voor het klimaat, dit gebeurde volgens de gegevens uit de energieprestatiecertificaten (EPC). Nu het raamcontract uitgerold is kan iedereen binnen de sector beroep doen op de energieprestatiediagnose op maat. Naast het potentieel voor het klimaat speelt nu ook ‘First In First Out’ (FIFO) een rol bij de toekenning van middelen uit het klimaatfonds. 
  • Welke partners gaan mee aan tafel voor de opmaak van het klimaatvisieplan? Kan elke voorziening meewerken?
    De stakeholders worden actief betrokken bij de verdere uitwerking en operationalisering van de engagementen. Daartoe is er een maandelijkse overlegstructuur opgezet met de koepels uit de zorgsector, het departement WVG, het Vlaams Energiebedrijf (VEB) en het kabinet Vandeurzen. We raden alle voorzieningen aan om steeds feedback te geven via de koepels. Uiteraard is alle medewerking welkom. Van zodra er een eerste sjabloon voor een klimaatvisieplan beschikbaar is zal dit via de koepels ter beschikking gesteld worden.
  • Vanaf wanneer kunnen we een energieprestatiediagnose bestellen?
  • Hoe verloopt het steunmechanisme voor maatregelen met een grotere terugverdientijd dan 5 jaar?
    Wat betreft de steunmaatregelen voor de duurdere maatregelen zal VIPA die maatregelen subsidiëren zodat er een maximale CO2-reductie verwezenlijkt wordt en de resulterende impact op het klimaat dus zo groot mogelijk is. Wanneer de maatregelen op basis van CO2-reductie zijn gerangschikt, zal VIPA subsidies toekennen zodat de terugverdientijd wordt terug gebracht naar 5 jaar met een maximum subsidie van 60% van de totale investeringskost. Per voorziening is er een plafond ingesteld van maximaal 350.000€ subsidies in totaal. Wanneer achteraf blijkt, nadat u de subsidies heeft ontvangen, dat de investeringen veel hoger zijn dan vooropgesteld uit de scan (dit blijft namelijk een voorstudie), bent u niet verplicht om deze maatregel nog uit te voeren.

    Lees meer over de klimaatsubsidies op de website van VIPA.
  • 2,09% energie besparen is toch niet eindig mogelijk?
    Dat klopt, 100% energie besparen is niet mogelijk.
    Tegen 2030 wenst de overheid 30% bespaard te hebben op primaire energie. Deze doelstellingen worden ook door Europa gevraagd.
    De jaarlijkse 2,09% dient dus als opstap naar de 30% tegen 2030. Via kleine stappen van 2,09% kunnen we gemakkelijker en meer gespreid aan de doelstellingen van 2030 geraken.
  • Binnen welke termijn moeten de maatregelen met een terugverdientijd van meer dan 5 jaar uitgevoerd worden?
    De implementatie van de maatregelen moet binnen een termijn van 5 jaar na het resultaat van de potentieelscan gestart worden.
  • Komen we in aanmerking voor een energieprestatiediagnose als we met meerdere organisaties een gebouw delen?
    Indien binnen een gebouw niet meer dan 20 procent van de functionele vloeroppervlakte wordt ingenomen door gebruiker die niet voldoet aan de voorwaarden voor een gratis energieprestatiediagnose op maat dan blijft deze diagnose toch gratis voor het hele gebouw. Indien echter meer dan 20 procent van de functionele oppervlakte wordt ingenomen door een andere gebruiker zal de kost van de diagnose pro rata verrekend worden op basis van de ingenomen oppervlakte ten opzichte van de totale oppervlakte. De voorwaarde blijft echter wel in beide gevallen bestaan dat alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd minder dan 5 jaar worden uitgevoerd.
  • Welke informatie moet ik minstens op voorhand verzamelen?
    Hou volgende informatie bij het invullen van uw bestelling bij de hand:
    • Contactpersoon (+ contactgegevens)
    • Adres
    • Voor hoeveel gebouwen u een potentieelscan wenst
    • Bouwjaar per gebouw
    • Oppervlakte per gebouw
    • Energieverbruik (elektriciteit, gas, stookolie) per gebouw
    In de volgende fase willen we graag weten of u eerdere studies, audits of conditiestaatmetingen heeft laten uitvoeren. We hebben ook het energieprestatiecertificaat nodig. Bijkomend zullen we u vragen naar een overzichtsplan of grondplan van het gebouw (zoals bijvoorbeeld een evacuatieplan).

    Ten slotte is alle bijkomende informatie waarover u beschikt zeer welkom, maar niet noodzakelijk: technische gegevens van installaties (tekeningen of schema's) en informatie over de gebouwschil.
  • Hoe wordt de terugverdientijd berekend?
    De energieprestatiediagnose op maat of potentieelscan geeft een overzicht van de investeringskosten. De voorgestelde maatregelen worden opgesplitst volgens terugverdientijd (TVT) en totale actuele kost (TAK). De terugverdientijd is de berekening van de initiële investeringskost gedeeld door de jaarlijkse besparing en wordt opgesplitst in maatregelen onder de 2 jaar TVT, tussen de 2-5 jaar, tussen de 5-10 jaar en boven de 10 jaar. 

    We willen voorkomen dat er verdoken andere kostenposten naar boven komen, dus daarom nemen we ook de totale actuele kost meer. Deze houdt ook rekening met de jaarlijkse onderhoudskosten of vervangingsinvesteringen over de hele levenstijd van de installatie. Deze is niet bij alle maatregelen van toepassing: enkel bij installaties zoals bv. een stookplaatsrenovatie waar nieuwe ketels worden geplaatst en niet bij gebouwschilmaatregelen.

    Er wordt ten slotte ook een som gemaakt van de totale investering voor alle maatregelen, waarna er een opsplitsing gebeurt van het benodigde budget in de komende vijf jaren, rekening houdend met de logische volgorde of prioritering van de uitvoering. 
  • Onze organisatie heeft al energiestudies en besparende maatregelen uitgevoegd. Hoe weten we of de energieprestatiediagnose/potentieelscan nog zinvol is?
    De energieprestatiediagnose of potentieelscan zal verder bouwen op de voorgaande studies en audits die al betrekking hebben op het gebouw, zo wordt er voorkomen dat er dubbel werk plaatsvindt. We zullen u vragen om al het beschikbare studiemateriaal op voorhand aan te leveren zodat we deze kunnen bekijken en de juiste klemtonen kunnen leggen voor de energieprestatiediagnose/potentieelscan. Verder zal u waarschijnlijk nog geen zicht hebben op de investeringsnoden van de maatregelen die werden voorgesteld in andere studies. Het dynamisch investeringsplan als uitkomst van de energieprestatiediagnose brengt deze in kaart alsook de impact van verschillende maatregelen op elkaar.

    Energiebesparende maatregelen die vanaf 1 januari 2018 zijn uitgevoerd komen wel in aanmerking voor subsidies door het klimaatplan zorg. 
  • Wanneer wordt de energieprestatiediagnose of potentieelscan uitgevoerd na bestelling?
    Alles hangt af van de volledigheid van de informatie die u aanlevert bij de bestelling. Als bij de bestelling alle info voorhanden is kan er in principe in dezelfde week een plaatsbezoek worden afgesproken met de voorziening. De resultaten van de energieprestatiediagnose of potentieelscan komen in de loop van de twee weken na het plaatsbezoek.
  • Wordt er rekening gehouden met de ouderdom van het gebouw?
    Ja, we vragen bij de bestelling steevast het bouwjaar en/of verbouwjaar op, zodat er rekening mee kan worden gehouden. Dat kan bijvoorbeeld gebruikt worden bij schatting van het aantal centimeters isolatie, als er geen plannen of doorsnedes van zijn. Als deze schatting op basis van het bouwjaar gebeurt, m.a.w. op basis van de gangbare praktijk in dat bouwjaar, dan vermelden we dit in de aannames per maatregel. Hoe meer gebouwinformatie u beschikbaar heeft, hoe minder nood er is aan aannames op basis van ouderdom.
  • Wordt er rekening gehouden met de conditiestaat van de installaties?
    Ja, er wordt volgens de norm NEN2767 een score gegeven bij de verschillende gebouwdelen waar een maatregel wordt voorgesteld: 1 staat voor perfecte staat, 6 staat voor extreem slechte staat. Bij technische installaties wordt aangeduid wanneer een installatie einde levensduur heeft bereikt. Ouderdom en conditie houden soms verband, maar niet altijd. Er is bijvoorbeeld een verschil tussen houten schrijnwerk van 25 jaar oud dat is onderhouden ten opzichte van recenter schrijnwerk dat is verkommerd en kieren of gaten vertoond.
  • Welke methodologie wordt er gehanteerd bij de berekeningen?
    De berekeningsmethode zelf is de kernexpertise van de energiedeskundigen die ter plaatse gaan. Alles wat niet beschikbaar is van informatie moet worden geduid als aanname (bv. isolatiedikte en bouwjaar als er geen plannen zijn). Er wordt niet op basis van gemiddeldes gewerkt, maar op basis van meeteenheden zoals de warmtedoorgangscoëfficiënt (U-waarde) en de correctie via graaddagen (rekening houdend met temperatuurverschil binnen en buiten). Bij een ketelvervanging wordt gekeken naar de staat van de huidige (huidig rendement en regelingen) versus de voorgestelde maatregel(en) zoals betere rendementsketel, pompen en leidingen isoleren, … Soms wordt dat collectief één maatregel, indien nodig kan dit opgesplitst worden in verschillende submaatregelen, maar er wordt steeds voor gezorgd dat er geen dubbele telling kan plaatsvinden. 
  • Kunnen we zelf aanduiden als we maatregelen op een ander moment willen uitvoeren? Hoe verschuift dat de parameters zoals terugverdientijd?
    De energieprestatiediagnose of potentieelscan zal het meest logische scenario naar voor schuiven qua volgorde en uitvoeringstermijnen van de maatregelen. Dit wordt bepaald op basis van enerzijds kostenefficiëntie en anderzijds significante klimaatwinst. De potentieelscan is wel opgebouwd als een dynamische tool die de organisatie in staat stelt om zelf aan te duiden welke maatregelen zullen uitgevoerd worden in welk jaar. De maatregelen zijn interactief berekend: er wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met een herberekening van de 'baseline' na uitvoering van een maatregel die vóór een andere dient uitgevoerd te worden.. Een voorbeeld: de investering in stookplaatsrenovatie kan minder rendabel zijn - dus een langere terugverdientijd hebben - nadat isolatiemaatregelen zijn getroffen die eerder gerangschikt werden, toch is het voorgestelde totaalplaatje het meest (kosten- en energetisch) efficiënt.
  • Ik kan de gegevens van mijn organisatie wel raadplegen in Terra maar niet aanpassen, wat moet ik doen?
    De reden hiervoor is dat u enkel de rechten heeft voor “Terra Gebruiker” en niet voor “Terra invoerder”. Om een aanvraag voor een energieprestatiediagnose uit te voeren, dient u het recht van “Terra Invoerder” te hebben. Dit kan worden toegekend door de hoofdtoegangsbeheerder.

    Weet u niet wie de hoofdtoegangsbeheerder is voor uw organisatie? Ga naar https://vo-gebruikersbeheer.vlaanderen.be en klik op “hulp nodig?” of bel naar het nummer 1700.
  • Ik vind mijn organisatie niet terug in Terra, wat moet ik doen?
    Indien u uw organisatie niet ziet, wilt dit zeggen dat u geen (hoofd-)toegangsbeheerder bent van de organisatie, u niet over de juiste rechten beschikt of dat de organisatie nog nooit is aangemeld via deze applicatie. Vraag na wie de hoofdtoegangsbeheerder is in uw organisatie. Deze kan de juiste rechten toekennen voor u en andere collega’s. Indien u gegevens moet aanpassen heeft u de rechten van ‘Terra invoerder’ nodig, om enkel te raadplegen volstaan de rechten van ‘Terra gebruiker’.
    Weet u niet wie de hoofdtoegangsbeheerder is voor uw organisatie? Ga naar https://vo-gebruikersbeheer.vlaanderen.be en klik op “hulp nodig?” of bel naar het nummer 1700.
  • Wat als ik de documenten (bouwplannen, EPC...) enkel in papieren versie heb?
    Dat is geen probleem als u ze op voorhand verzamelt en tijdens het plaatsbezoek aan de energiedeskundige kan laten inkijken. Wanneer u de documenten digitaal heeft, dient u ze op te laden in Terra.
  • Het lukt niet om aan te melden in Terra, wat moet ik doen?
    Is er al een hoofdtoegangsbeheerder (HTB) binnen uw organisatie?
    Nee: Start bij stap 1
    Ja: Start bij stap 2
    Ik weet het niet: bel naar het gratis nummer 1700
     
    Stap 1: Maak een nieuwe HTB aan
    Ga naar het Beheer der Toegangsbeheerders en maak een nieuwe HTB aan. De HTB moet een werknemer of wettelijk vertegenwoordiger van de onderneming zijn. Deze HTB kan andere toegangsbeheerders (TB) aanstellen. Zowel een HTB als een TB kunnen rechten toekennen aan personen binnen de organisatie.

    Stap 2: Ken nieuwe rechten toe
    Enkel personen met het Terra-recht, kunnen zich aanmelden op Terra. Zowel een HTB als een TB kunnen dit recht toekennen via het Gebruikersbeheer. De verkorte handleiding geeft duidelijk de vereiste stappen weer en vindt u op de homepagina van Terra bij optie 2.

    Stap 3: Meld u aan op het Terra-platform
    Zodra u het Terra-recht heeft, kan u zich aanmelden op het Terra-platform en gebruik maken van onze diensten.
     
  • Zijn de klimaatsubsidies cumuleerbaar met de klassieke VIPA subsidies?
    Ja, rekening houdend dat een bepaalde maatregel niet twee keer gesubsidieerd kan worden. Werken die via het klimaatfonds betoelaagd worden, zullen als post uit de raming gehaald worden van de klassieke VIPA-dossiers.
  • Waarom zijn maatregelen zoals relighting en PV-panelen niet ontvankelijk voor klimaatsubsidies?
  • Hoeveel oproepen voor klimaatsubsidies zullen er zijn?
    Er zullen oproepmomenten worden georganiseerd, zolang er middelen binnen het klimaatfonds ter beschikking zijn. Minimaal zal VIPA drie oproepmomenten voorzien. Twee oproepmomenten in 2018 en één oproepmoment in het voorjaar van 2019. In 2018 zal de eerste oproep gesloten worden in september en de tweede in november. Elke oproep zal ongeveer twee maand open staan.
  • Hoelang na het sluiten van de oproep weten we of we de subsidie al dan niet krijgen?
    De beslissing van het Fonds wordt aan de aanvrager meegedeeld uiterlijk zestig dagen na de uiterste indieningsdatum, met een aangetekende brief, via het energieprestatieplatform dat het Fonds ter beschikking stelt of op een andere wijze die de minister bepaalt.
  • Moet ik me opnieuw kandidaat stellen voor een tweede oproep, indien er bij de eerste oproep geen subsidies toegekend zijn?
    U dient niet opnieuw in te schrijven voor een tweede oproep. Uw openstaande aanvragen worden automatisch meegenomen naar elk volgend oproepmoment, en mee opgenomen in de nieuwe poel van aanvragen. Als u dit om bepaalde redenen niet wenst, kunt u de betreffende maatregelen uitvinken en zullen deze niet langer opgenomen worden in de poel van aangevraagde maatregelen.
  • Wat als de investeringskost achteraf hoger blijkt te zijn dan vooraf berekend in de potentieelscan?
    De uitbetaalde klimaatinvesteringssubsidie mag niet meer bedragen dan 60% van de werkelijke kostprijs, exclusief btw, van het langetermijnproject en bedraagt niet meer dan vereist is om de terugverdientijd van het langetermijnproject voor de aanvrager te herleiden tot 5 jaar. De subsidie kan dus bij eindafrekening zowel naar boven als naar onder bijgesteld worden. Deze aanpassing is wel afhankelijk van het totale beschikbare budget.
  • Zijn we verplicht om de maatregel uit te voeren als we de subsidie aanvragen of krijgen?
    Bij de aanvraag van klimaatsubsidies engageert de voorziening zich om de maatregel uit te voeren wanneer de subsidie toegekend wordt. Indien, door het bereiken van de maximale toelage van 350 000 euro, de subsidie van een maatregel minder bedraagt dan initieel begroot bij de aanvraag van de subsidie, zal VIPA eerst de voorziening contacteren alvorens de subsidie toe te kennen aan de voorziening. De voorziening kan dan de subsidie weigeren.
  • Welke maatregelen hebben het meeste kans op subsidies? Op basis van welk mechanisme worden de subsidies toegekend?
    Er worden verschillende criteria gehanteerd om alle ingediende maatregelen te rangschikken volgens hun winst voor het klimaat. VIPA houdt daarbij rekening met de CO2-reductie per vierkante meter van elke maatregel, de CO2-reductie van het pakket aan ingediende maatregelen t.o.v. het CO2-reductiepotentieel in het gebouw en het type van de maatregel. Het isoleren van de bouwschil heeft een langere levensduur dan technische installaties en krijgt hiervoor een bonus. Daarnaast krijgen ook innovatieve maatregelen een bonus.
  • Aan welke voorwaarden moeten we voldoen om aanspraak te maken op klimaatsubsidies?
    • Via VEB een energieprestatiediagnose/energiescan uitgevoerd hebben.
    • Het gebouw moet nog minstens 25 jaar in gebruik blijven.
    • Het uitvoeren van de gesubsidieerde maatregelen staat de uitvoering van toekomstige energiebesparende maatregelen niet in de weg.
    • Na de realisatie van een energiebesparende maatregel blijft het gebouw steeds voldoen aan de erkennings- of vergunningsvoorwaarden.
    • Er worden geen subsidies aangevraagd voor energiebesparende maatregelen waarvoor ook  VIPA-subsidies werden toegekend.
    • Alle maatregelen waarvoor subsidies toegekend worden moeten uiterlijk 5 jaar na de goedkeuring uitgevoerd zijn.
    • Als de aanvrager een onderneming is, ontvangt die over een periode van drie belastingjaren in België niet meer dan 500.000 euro de-minimissteun, met inbegrip van de energieprestatiecontractsubsidie.
  • De maximumsubsidie van 350.000 euro, geldt die per voorziening of per (koepel)organisatie?
  • Wat is een innovatieve maatregel?
    Innovatieve maatregelen zijn innovatieve en weinig gebruikte technologieën die een katalyserende rol kunnen spelen in de transitie naar een onafhankelijkheid aan fossiele brandstoffen. Deze maatregelen resulteren uit de potentieelscan of energiescan en komen in minder dan 5% van maatregelen van alle uitgevoerde scans voor. Een jury zal beslissen of een maatregel innovatief is op basis van een TRL- (Technology Readiness Level) en CRI- (Commercial Readiness Index) indeling.

     
  • Wat wordt bedoeld met een gezond binnenklimaat en welke maatregelen dragen hiertoe bij?
    Het isoleren van de gebouwschil heeft doorgaans een positief effect op de gevoelstemperatuur. Doordat men luchtdichter bouwt en er dus minder kieren zijn verlaagt het tochtgevoel, maar verhoogt ook het belang van een globaal ventilatieconcept. Het voorzien van gecontroleerde ventilatie is daarbij cruciaal om een blijvende goede binnenluchtkwaliteit te verzekeren. Aanvragen van subsidies voor isolerende maatregelen die voorzien zijn van een gecontroleerd ventilatieconcept krijgen een positievere evaluatie.
    Uit het ventilatieconcept moet blijken:
    • Dat de binnenluchtkwaliteit na het isoleren van de gebouwschil zal voldoen aan het binnenmilieubesluit.
    • Dat de maatregelen 'isoleren van de gebouwschil' en 'het realiseren van een gecontroleerde ventilatie' gebundeld uitgevoerd zullen worden.
    • Als de aanvrager al in het bezit is van 'systeem D', toont hij aan dat de gewenste binnenluchtkwaliteit verzekerd is aan de hand van een inregelingsrapport.