De gezondheidszorg staat wereldwijd voor een dubbele uitdaging. In de eerste plaats ontfermt de zorg- en welzijnssector zich over de gezondheid van mensen. Daarnaast loopt de druk op om deze hulpverlening aan te bieden binnen een koolstofneutraal kader.
Volgens internationale schattingen is de zorgsector verantwoordelijk voor ongeveer 5% van de wereldwijde CO₂-uitstoot. De transitie naar een koolstofneutrale zorginfrastructuur is dan ook geen randthema, maar een structurele opdracht.
Climate-ADAPT (European Environment Agency) en Interreg Europe erkenden recent de Vlaamse aanpak in de zorgsector rond koolstofarme zorginfrastructuur als good practice. Deze kennisplatformen namen deze aanpak op als case study binnen hun kennisplatform. Die erkenning benadrukt de innovatieve en systemische aanpak die Vlaanderen ontwikkelde.
Een structurele en datagedreven aanpak
De kern van de Vlaamse aanpak in de zorg bestaat uit een grootschalig programma van energie-, ventilatie- en comfortaudits in zorgvoorzieningen. Het doel is drieledig:
- het energieverbruik en de CO₂-uitstoot van zorggebouwen in kaart brengen;
- het binnenklimaat en de ventilatiekwaliteit analyseren, met aandacht voor klimaatadaptatie (zoals hittestress);
- zorg- en welzijnsvoorzieningen ondersteunen bij het opstellen van onderbouwde investerings- en renovatieplannen.
De audits waren gratis voor de deelnemende voorzieningen. De studiebureaus voerden ze uit volgens een uniforme methodologie, en verzamelden de gegevens gecentraliseerd in een Terra, de energie- en patrimoniumdatabank van Vlaanderen. Daardoor verkregen ze met het Masterplan Energie inzichten op gebouw- of organisatieniveau. Dat maakt gerichte beleidskeuzes mogelijk en helpt prioriteiten te bepalen op basis van objectieve data.
Belangrijk is dat het programma verder gaat dan louter analyse. De auditresultaten vormen de basis voor meerjarenplannen richting energie-efficiëntie, hernieuwbare energie, fossielvrije verwarming en verbeterd binnenklimaat. Zo kunnen zorgvoorzieningen decarbonisatie concreet, gefaseerd en financieel onderbouwen.
Samenwerking als fundament
De case study benadrukt dat het succes van deze aanpak stoelt op samenwerking tussen verschillende publieke actoren.
VIPA (Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden) speelde een cruciale rol in de beleidsmatige verankering en in de structurele en financiële ondersteuning van de zorgsector. Ze zette het programma op in nauwe afstemming met de sector. Zo schepten ze draagvlak en verzekerde ze participatie.
Veb stond in voor de technische uitwerking en operationalisering van de audits, de kwaliteitscontrole en het beheer van het digitale dataplatform. Die combinatie van beleidskader, technische expertise en centrale dataverwerking maakt het programma schaalbaar en consistent over heel Vlaanderen.
Climate-ADAPT en Interreg Europe benoemen de geïntegreerde aanpak – beleid, data, uitvoering en opvolging – expliciet als een van de sterke punten van dit model.
Van individuele audits naar systeemimpact
Wat deze case bijzonder maakt, is dat ze verder kijkt dan individuele gebouwen. Door honderden audits te bundelen in één gestructureerd systeem – in databank Terra - – ontstaat een uniek overzicht van de energieprestaties van het gebouwenbestand van de zorgsector in Vlaanderen.
Dat biedt meerdere voordelen:
- Zorgvoorzieningen krijgen concreet zicht op hun energiebesparingspotentieel en investeringsnoden.
- Beleidsmakers beschikken over betrouwbare, vergelijkbare data om subsidie- en investeringsmechanismen te verfijnen.
- De sector kan collectief stappen zetten richting koolstofneutraliteit tegen 2050.
Tegelijk zet Vlaanderen zo in op klimaatadaptatie: betere ventilatie, bescherming tegen oververhitting en een gezond binnenklimaat voor patiënten en personeel. Zorgvoorzieningen koppelen zo de energietransitie aan hun kerntaak: het verschaffen van de beste gezondheidszorg.
Erkenning en resultaten
De opname van de Vlaamse aanpak als Europese good practice bevestigt de internationale relevantie van het model. Het programma wordt geprezen om zijn:
- structurele verankering in beleid;
- uniforme en kwaliteitsvolle auditmethodologie;
- centrale dataverzameling en -analyse;
- combinatie van mitigatie (CO₂-reductie) en adaptatie (klimaatbestendigheid).
Intussen namen honderden zorgvoorzieningen deel aan het programma en werden duizenden gebouwen doorgelicht door de studiebureaus. Dat leverde een uitgebreide dataset op die de basis vormt voor gerichte investeringen en concrete CO₂-reducties in de zorgsector.