Interview: klanten van het eerste uur

banner 10 jaar VEB
Dit jaar blaast het VEB tien kaarsjes uit. Na de opstart- en voorbereidingsfase, startten we in 2015 als energieleverancier. We blikken met enkele klanten die er toen al bij waren terug en vooruit. Mee aan tafel zitten Yanick Lathuy van Agentschap Wegen en Verkeer, Peter Bockstaele van Het Facilitair Bedrijf en Michaël Ickx van het Vlaams Parlement.
 
Hoe kwamen jullie voor het eerst in contact met het VEB?

Yanick: “In 2015 werd ik binnen het AWV verantwoordelijk voor alles wat energieleveringen betrof. Zo ben ik met het VEB in contact gekomen. Ik zit sinds dan ook in de stuurgroep van het VEB.”

Peter BockstaelePeter (foto): “Kort na de oprichting hadden we een eerste kennismaking met Andries Gryffroy, de eerste voorzitter van het VEB en Dirk Meire, de eerste CEO. In die periode stond Het Facilitair Bedrijf in voor het raamcontract voor gas, en Agentschap Wegen en Verkeer voor het raamcontract voor elektriciteit. Het begon moeilijker te worden voor ons om goede prijzen te krijgen via de klassieke overheidsprocedure. Wij waren dus vragende partij dat het VEB ons als energieleverancier daarin zou ontzorgen. Voor de opstart van de dienst energielevering hebben we dan nauw samengewerkt om de behoeften en de voorwaarden van het aanbod mee te bepalen. Waarbij we twee petjes droegen: die van klant én die van partner van het VEB.”

Michaël: “Ik kwam voor het eerst in contact met het VEB via de Vlaamse Gemeenschap. Omdat ons leveringscontract verviel en we leerden dat we dat niet meer zelf moesten aanbesteden, hebben we gekozen voor het VEB. We waren bij die eerste lichting van klanten in 2015.”

Hoe kijk je terug op die overstap naar het VEB voor je energielevering?

Yanick: “Energie aankopen is een vak apart. Het voordeel is dat jullie die kennis in huis hebben, en dat wij daarop kunnen teren.”

Peter: “Het is een ontzorging voor ons geweest, wij moeten het ons niet meer aantrekken. Natuurlijk, gezien de huidige energiemarkt moet je je als patrimoniumhouder wel meer beginnen aantrekken. Maar ook daarover zijn we met collega’s van het VEB in contact om te kijken hoe we het best aan risicospreiding doen.”

“Het was in het begin elkaar ook wat leren kennen. Wij zijn overheid, u bent een nv en moet kostendekkend zijn. We hebben af en toe de klik moeten maken, er zitten risico’s aan de kant van het VEB, we moeten daar achterliggend rekening mee houden bij een beslissing.”

Michaël: “De samenwerking met het VEB is super. We hebben een hele goeie accountverantwoordelijke. Als we iets vragen, komt dat direct in orde, we krijgen veel informatie enzovoort. Dat maakt het leven wel veel aangenamer. Toen we nog aangewezen waren op de commerciële leveranciers, veranderden we ten eerste om de zoveel jaar van leverancier. En ook binnen dezelfde leverancier was er altijd een komen en gaan van accountverantwoordelijken. Dat is bij het VEB toch stabieler.”

Wat is voor jou de meerwaarde van het VEB?

Yanick Lathuy AWVYanick (foto): “Voor ons ligt de meerwaarde van de samenwerking in het feit dat we zelf de aanbesteding niet moeten doen op technieken waar we niet 100 procent mee vertrouwd zijn. Of vooral dat we de tijd kunnen uitsparen om ons daar in te moeten gaan verdiepen.”

Peter: “Het VEB kan op een aantal domeinen van energie en openbare aanbesteding mensen bijeenkrijgen waardoor je meer cohesie hebt. Mensen met expertise die anders verspreid zouden zitten en misschien niet tot hun volle recht zouden komen. Waardoor één plus één drie wordt.”

Michaël: “Dé grote meerwaarde binnen de dienst energielevering, en zeker in deze tijden, is de budgetraming. Omdat jullie ook weten hoe een overheid werkt. Jullie zijn er ook voorzichtig in, het is nooit zo dat er ondergebudgetteerd wordt.”

Hoe heb je de evolutie van het VEB ervaren?

Yanick: “Ik heb het VEB fel zien groeien. Toen ik met jullie in contact kwam kon ik het aantal medewerkers bijna op één hand tellen. De diensten die jullie aanbieden zijn ook mee geëvolueerd. Vanuit de stuurgroep hebben we daar ook wat voorstellen voor kunnen doen, diensten waar we wat ondersteuning voor konden gebruiken. Onder andere over heel het energie-efficiëntieluik hebben we onze noden kunnen kenbaar maken, en ik heb de indruk dat daar wel mee aan de slag gegaan is. Dat is ook weer zeer gemakkelijk voor ons. Wij zijn bijvoorbeeld zeker geen specialisten in alles wat energieopwekking betreft. Wij kennen de essentie, maar het is voor ons een gemak dat we ons daar niet in moeten verdiepen, en gewoon kunnen vertrouwen op de expertise dat jullie daarin hebben.”

Michaël: “Ik heb de evolutie gezien van het VEB als pure energieleverancier naar nu ook het aanbod van Plage, zonnepanelen, oplossingen rond energiebesparing en zo meer.”

Peter: “Wij ervaren vaak dat energiebeheer en vastgoedbeheer zeer nauw met elkaar verweven zijn. Ik denk dat we daarbij de krachten kunnen bundelen. Een mooi voorbeeld waarbij we onze krachten konden bundelen is SURE2050. Eens de rolverdeling duidelijk was, konden we goed de klik maken met elkaar. Nu ook de opmaak van een gezamenlijk raamcontract voor vastgoedbeheer zie je soms dat de benaderingen verschillend zijn, maar we komen er in compromis toch door. Dit wordt mijn inziens een heel belangrijk raamcontract in het kader van de klimaatdoelstellingen. Een enige voordeel van de hoge energieprijzen is misschien wel dat men de noodzaak nu meer aanvoelt.”

“Terra is ook een mooi voorbeeld waarbij IT-kennis en kennis van vastgoedbeheer worden gecombineerd, en waar stukje bij beetje iets wordt opgebouwd, waar ook nadien op verder wordt gebouwd. Vastgoeddatabanken koppelen met energieverbruiken is zeker een voordeel in het kader van bijvoorbeeld benchmarking.”

Welke bijkomende rollen of diensten zie je nog voor het VEB weggelegd in de toekomst?

Yanick: “Waar ik in de toekomst nog mogelijk een extra rol voor het VEB zie weggelegd, is als facilitator voor energiegemeenschappen tussen verschillende klanten. Het zou niet slecht zijn als er eens high level naar gekeken werd en dat er een match gemaakt werd tussen bestaande gronden en mogelijke verbruikers. Want wij hebben enkel zicht op ons eigen verbruik.”

Peter: “Op vlak van raamcontracten zouden we nog wat meer onderling kunnen afstemmen. In feite doen we dat momenteel al. De contracten zijn wel vaak nog productgeörienteerd en zouden meer oplossingsgeörienteerd moeten worden.”